Verhuur op basis van leegstandswet

De regels voor verhuur op basis van de Leegstandwet

Voor verhuur op basis van de Leegstandwet geldt niet de uitgebreide huurbescherming die bij normale verhuur geldt. Aan het einde van het huurcontract moet de huurder de woning verlaten en kan lege oplevering van de woning in geval van verkoop dus gegarandeerd worden.

Aanvankelijk werd de Leegstandwet vrijwel uitsluitend gebruikt door woningcorporaties. Huurwoningen die op de nominatie stonden voor renovatie of sloop, konden zij op basis van deze wet dan nog een korte tijd verhuren. Maar ook  als eigenwoningbezitter kunt u gebruik maken van de Leegstandwet, als uw te koop staande woning na langere tijd niet tegen redelijke condities verkocht kan worden en u door dubbele woonlasten in de problemen dreigt te komen.

Sinds januari 2012 zijn de regels voor tijdelijke verhuur op basis van de Leegstandwet versoepeld. De belangrijkste veranderingen zijn:

  • De verhuurder mag zelf de huurprijs bepalen.
  • De gemeente moet voor tijdelijke verhuur op basis van de Leegstandwet een vergunning afgeven. Zonder deze vergunning worden de huurbeschermingsbepalingen uit het gewone huurrecht niet opzij gezet.
  • Op basis van de Leegstandwet kan de woning voor maximaal vijf jaar worden verhuurd. Als de gemeente een vergunning verleent voor Tijdelijke Verhuur op basis van de Leegstandwet, is die vergunning per 1 juli 2013 ook meteen vijf jaar geldig. Voorheen was de vergunning twee jaar geldig en kon daarna nog driemaal een verlenging van één jaar worden aangevraagd.